MEDIA * KRITIEK

Propaganda in Syrië

Door Maarten Plutschouw

De PR-oorlog in Syrië is in een hogere versnelling geraakt, zo luidt de kop van een artikel in de Telegraaf van 3 oktober. Wat is er precies aan de hand?

“De Syrische propagandamachine draait overuren. Een overwinning in het zich voortslepende conflict is verder weg dan ooit, dus trekken Bashar Al-Assad en zijn secondanten alle registers open om de wereld ervan te overtuigen dat het regime nog steeds aan de touwtjes trekt in de strijd tegen de ‘terroristen’, het woord dat de staatsmedia consequent gebruiken voor de opstandelingen.”

De waarheid is, volgens een bekend gezegde, het eerste slachtoffer in een oorlog. Leugens en vertekeningen worden in ieder gewapend conflict verspreid om de vijand te ontmoedigen, de bevolking aan te sporen een kant te kiezen of als tactische misleiding. Als alle registers worden open getrokken, zoals het artikel aankondigt, zal de `Syrische regering het wel heel bont hebben gemaakt. In het artikel worden twee voorbeelden genoemd.

Ten eerste het bericht dat volgens een pro-regeringskrant Assad onlangs met een helikopter het in bloedige gevechten ondergedompelde Aleppo heeft bezocht. Over dit staaltje propaganda zegt de auteur van het Telegraaf artikel: “(dit) is zeer onwaarschijnlijk, hij verschijnt nauwelijks in het openbaar.” Gezien het risico dat hem iets zou overkomen, zou Assad zijn paleis niet verlaten. Dat maakt het bezoek inderdaad opmerkelijk, maar niet onmogelijk, en – belangrijker – niet automatisch onwaar. Het is dus niet bewezen dat de helikoptervlucht van Assad naar Aleppo een propagandaverzinsel is, hoogstens dat het een opmerkelijk bericht is gezien de veiligheidsrisico’s. Dit bericht van de regeringsgezinde media is dus geen aantoonbare propaganda.

Ten tweede wordt een video genoemd die op een pro-Assad website is verschenen, waarop beelden te zien zijn van de gekidnapte Amerikaanse Austin Tice. Hierover zegt de auteur het volgende:

“De video lijkt volledig in scène gezet, de kidnappers hebben te schone kleren aan en het filmpje verscheen op een pro-Assad website.”

Ook benadrukt de auteur dat ook de regering van de Verenigde Staten de Syrische overheid verdenkt. Ook hier wordt de stelling dat de Syrische overheid wanhopig haar toevlucht neemt tot propaganda onderbouwd met wankele aannames. Uiteraard is vooral het feit dat het filmpje op een pro-Assad website verschijnt verdacht te noemen. Maar wederom is er geen bewijs dat hier sprake is van propaganda, hoogstens dat er vragen zijn over wie er achter het filmpje en de kidnapping zit. Het feit dat de kidnappers schone kleren aan hebben en dat de Verenigde Staten ook de Syrische regering verdenken is geen bewijs. Schone kleren bewijzen niets en de regering van de Verenigde Staten is een belanghebbende partij in het conflict. Daarom moeten mededelingen over Syrië ook in dat kader worden beschouwd. Wederom hebben we hier te maken met een mogelijk voorbeeld van propaganda, dat echter niet wordt hard gemaakt.

Om het beeld neer te kunnen zetten van een werkelijke propaganda-oorlog en voor de nodige balans worden ook de rebellen tegen het licht gehouden. In de laatste kleine alinea wordt genoemd dat ook de opstandelingen zich schuldig maken aan leugens over veroveringen en statements dat het einde van het regime nabij is. Het betreft hier dus de gebruikelijke leugens, zoals die tijdens alle conflicten plaatsvinden. Er wordt ook niet duidelijk gemaakt of de intensiteit of de kwantiteit ervan toeneemt. Hierdoor blijft er wel erg weinig over van de stelling dat de PR-oorlog in Syrië in een hogere versnelling is geraakt. Wat rest is een ongefundeerde beschuldiging van propaganda die is gebouwd op aannames en veronderstellingen, met als ogenschijnlijk doel de Syrische overheid als leugenachtig neer te zetten. Dat kan nooit de bedoeling zijn van een anti-propaganda artikel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *