MEDIA * KRITIEK

Respect voor de slager

De Volkskrant was er op 11 januari snel bij om een bericht te plaatsen over Ariel Sharon die diezelfde dag was overleden. Dat is overigens minder snel dan het lijkt, want dergelijke stukjes liggen klaar bij een krant, zeker voor iemand die al 8 jaar in coma ligt. Het om die reden weloverwogen beeld van Sharon dat uit het het stuk naar voren komt is dat van een ‘eigenzinnige lastpak’. Dat is op zijn minst een mild oordeel over iemand die meerdere oorlogsmisdaden op zijn geweten heeft.

Opmerkelijk genoeg worden de twee belangrijkste wandaden wel genoemd in het artikel. Zo blies de commando eenheid 101 waaraan Sharon leiding gaf in 1953 meerdere Palestijnse huizen op bij een wraakactie, waarbij 69 Palestijnse burgers om het leven kwamen. En zo was hij in 1982 verantwoordelijk voor de operatie die leidde tot de moord op honderden Palestijnen in de Libanese vluchtelingenkampen Sabra en Shatila door Falangisten, die onder zijn commando vielen. Zelfs een Israëlische onderzoekscommissie hield hem mede-verantwoordelijk voor de slachting. ‘Eigenzinnig’ lijkt op zijn minst een eufemisme voor iemand met een dergelijke staat van dienst.

Sharon24Het is waar dat Sharon in 2005 Israëlische nederzettingen in de Gaza strook opgaf, maar hij liet er als premier op de Westelijke Jordaanoever veel meer bij bouwen. Dus ofschoon er 8000 kolonisten uit de Gaza strook verdwenen kwamen er onder zijn bewind 73.000 bij op de Westelijke Jordaanoever. Dat kan moeilijk als een uitgestoken hand worden gezien.

Wanneer Sharon vrede blokkeerde wordt dit niet uitgelegd als onverschilligheid tegenover de Palestijnse zaak, maar als een teken van afgunst: hij had zelf de Palestijnen als eerste de hand willen reiken en gunde het zijn rivaal niet:

“Door de ondertekening van een vredesverdrag stemde de Likud-leider [Menachem Begin] twee jaar later toe in een totale ontruiming van de bezette Sinaïwoestijn, met inbegrip van de Israëlische nederzettingen in het gebied. Sharon, tegendraads als altijd, stemde tegen. Misschien zinde het hem niet dat ditmaal een ander dan hijzelf een gedurfde stap zette.”

Nadat hij een Palestijnse intifada had laten ontbranden in 2000, wordt hem om onduidelijke redenen de verdienste toegeschreven dat hij vervolgens het vuur ook weer uitdoofde:

“De impopulariteit van Benjamin Netanyahu en het politieke falen van Ehud Barak van de Arbeiderspartij brachten Sharon in 2001 het premierschap. Binnen een paar jaar doofde hij het vuur van de intifada en zong zijn groeiende aanhang weer ‘Arik, Arik, koning van Israël!’.”

De manier waarop Sharon tekeer ging als premier ging echter veel verder dan het ‘uitdoven’ van een ‘vuur’. In 2002 lanceerde hij een aanval op de Westelijke Jordaanoever waarbij 240 Palestijnen omkwamen, waaronder 22 burgers. Vooral de aanval op Jenin was controversieel, omdat hier een man in een rolstoel met een witte vlag in zijn handen werd doodgereden door een tank.  Wat ook een rol speelde was het principe om de huizen te vernietigen van Palestijnen die verdacht worden van gewelddadig verzet, dat onder Sharon officieel beleid werd. Zoals Human Rights Watch stelt is dit een vorm van collectieve straf en als zodanig strafbaar volgens het internationale recht.

Aan het einde van het artikel komt de Volkskrant dicht bij een rechtvaardiging van Sharon’s massaslachtingen: deze zouden juist door Arabieren wel gewaardeerd worden. Instemmend wordt een Israëlische politica aangehaald die stelt

“dat de in de regio geboren en getogen Sharon waarschijnlijk meer begreep van ‘de Arabische mentaliteit’ dan alle andere Israëlische politici bij elkaar. ‘Leer mij de Arabieren kennen’, zei hij zelf altijd en dat was niet alleen maar een kolonialistisch cliché over ‘inlanders’. Geen andere Israëlische politicus genoot onder Palestijnen zoveel respect als Sharon, ook al werd dat respect voor een goed deel gevoed door haat.”

Het heeft geen pas om mensen die herhaaldelijk hebben meegewerkt aan burgerslachtingen neer te zetten als ‘eigenzinnige lastpakken’. Zo loopt Sharon de veroordeling die hij tijdens zijn leven nooit ontving ook in zijn necrologie mis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *