MEDIA * KRITIEK

Ongevraagd advies aan wereldleiders

Door Edi Terlaak

Buitenlandexpert Arie Elshout heeft zich bij de Volkskrant gespecialiseerd in het geven van ongevraagd advies aan wereldleiders. Om te zorgen dat deze doelgroep naar je luistert moet je serieus overkomen. Het is waarschijnlijk om die reden dat Elshout een overmaat aan officiële bronnen opvoert, die alle ruimte krijgen om hun zienswijze uit te dragen en niet worden gestoord door vervelende tegengeluiden.

Een schoolvoorbeeld van deze aanpak is te vinden in het artikel ‘Obama moet brand blussen en tegelijk niet teveel toegeven’ (30 oktober, p.8).

220px-James_R_ClapperIn deze analyse worden uitsluitend officiële bronnen geciteerd. De meest kritische stem is die van Dianne Feinstein, co-voorzitter van de senaatscommissie belast met de controle van de Amerikaanse veiligheidsdiensten. Zij is weliswaar kritisch over het afluisteren van bevriende staatshoofden, maar was ook degene die de NSA aggressief verdedigde tegen journalisten die vraagtekens zetten bij de diverse spionageprogramma’s. De andere bronnen zijn Keith Alexander, hoofd van de NSA, en James Clapper, hoofd van alle verzamelde veiligheidsdiensten in de Verenigde Staten.

De uitspraken van beide heren worden niet voorzien van enig kritisch commentaar, hoewel daar wel alle reden voor is. Van Keith Alexander worden bijvoorbeeld de volgende woorden uitvergroot aangehaald:

“Niets van wat onthuld is, heeft aangetoond dat we iets illegaals of onprofessioneels doen.”

Je kunt als journalist dergelijke uitspraken ijverig overpennen en snel doorstomen naar de volgende officiële bron, maar je kunt je ook afvragen of een uitspraak waar is. Na enig speurwerk zou Elshout hebben gevonden dat er in 2011 een 86-pagina’s tellende uitspraak is gedaan door het FISA-hof waarin werd gesteld dat delen van het spionageprogramma van de NSA illegaal zijn, omdat ze in strijd zijn met (onder andere) de grondwet.

Ook James Clapper krijgt vrij baan om zijn zegje te doen. Clapper is de man die wereldwijde bekendheid verwierf toen hij op een onhandige manier loog tegenover een senaatscommissie nadat hem gevraagd werd of de NSA miljoenen telefoonsgesprekken van Amerikanen onderschept (en vervolgens loog over zijn leugen). Desalniettemin heeft hij nog steeds het volste vertrouwen van Elshout, getuige de volgende passage.

“Bovendien is het kennelijk een two way street: ook de Amerikaanse leiders en inlichtingendiensten worden afgeluisterd, zei Clapper. En wel door hun bondgenoten. [...] Het is een kwestie van routine, voegde hij er droogjes aan toe.”

Ondanks zijn moeizame omgang met de waarheid is iets ‘kennelijk’ zo wanneer Clapper het zegt. Meer scepsis is hier op zijn plaats. Zelfs als Clapper de waarheid spreekt rijst de vraag welke bondgenoten Amerikaanse leiders afluisteren. Zijn het wankele bondgenoten zoals de Pakistanen, of zijn het trouwe bondgenoten zoals de Britten? Het interesseert Elshout schijnbaar niet.

Ook wanneer je advies geeft aan wereldleiders is het van belang om kritisch te zijn ten opzichte van je bronnen. Een journalist moet zich niet alleen afvragen of bronnen serieus zijn; hij moet zich ook afvragen of ze de waarheid spreken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *