MEDIA * KRITIEK

Opheffen zonder wederhoor

Door Edi Terlaak

De beste test voor het bestaan van een kritische houding is om te zien wat er gebeurt wanneer het belang van iemands werkgever in conflict komt met het algemeen belang. In het geval van een krant zijn deze private belangen bijvoorbeeld de vrijheid om lezers bloot te stellen aan reclame, maar ook het uitschakelen van ‘concurrenten’ die staatssteun ontvangen. Op 30 oktober faalde de Volkskrant deze test jammerlijk in het artikel ‘stop subsidie nieuws publieke omroepen’ (p. 7).

Dit was de conclusie van een onderzoeksbureau dat in opdracht van NDP Nieuwsmedia, waarbij ook De Persgroep (uitgever van de Volkskrant) is aangesloten, de rol van de publiek omroep tegen het licht hield. In de ‘studie’ (pdf) wordt aanbevolen om de publieke omroep op te heffen, omdat het tot valse concurrentie zou leiden met bijvoorbeeld de website van de Volkskrant. Opdrachtgever NDP was er uiteraard als de kippen bij om het stopzetten van de subsidie voor de publieke omroep te duiden als “een vergaande, maar terechte conclusie”.

Opmerkelijk is dat een dergelijke radicale aanbeveling zonder enige vorm van reflectie of tegengeluid (hoe denken ze hier bij de publieke omroep zelf over bijvoorbeeld?) wordt weergeven in de Volkskrant. Zo staat te lezen:

“Een belangrijk deel van de nieuwsvoorziening kan prima aan de markt overgelaten worden, aldus de studie, omdat het publiek of adverteerders ervoor willen betalen.”

Wat er niet bij verteld wordt is welke transformatie het nieuws ondergaat wanneer het door commerciële partijen wordt geproduceerd. Uit een omvangrijke recente studie (pdf) blijkt bijvoorbeeld dat landen met een commerciëlere media minder buitenlands nieuws maken, en dat het buitenland nieuws dat nog wel wordt gebracht voor een groter deel uit soft news bestaat.

Zonder enige reserve wordt ook de volgende aanbeveling opgelepeld:

“Voor maatschappelijk belangrijk nieuws waarvoor dat niet of onvoldoende geldt (langdurige onderzoeksjournalistiek, raadsvergaderingen in kleine gemeenten), zou een nieuwe pot moeten worden gevormd. Op geld voor dat ‘onrendabele nieuws’ moeten – naast de publieke omroepen – ook  commerciële mediabedrijven  kunnen inschrijven.”

Het punt dat in het rapport, maar ook in het stuk van de Volkskrant ontbreekt is dat het niet volstaat om achtergrondartikelen te produceren. Ze moeten ook gelezen worden. Dat is de reden waarom The Guardian (dat geen bedrijf is maar een stichting) zoveel lifestyle en sport presenteert op zijn website. En het is ook de reden waarom de oprichter van E-bay, Pierre Omidyar, en de onthuller van de NSA affaire, Glenn Greenwald, hun nieuwe 250 miljoen dollar kostende mediaproject willen vormgeven als een allround nieuwssite, en niet als een onderzoeksjournalistieke site. Het zachte nieuws lokt mensen, die vervolgens in de verleiding moeten worden gebracht om diepgaande stukken te lezen.

In een andere recente studie (pdf), waarin wordt aangetoond dat landen met commerciëlere media minder nieuws produceren, wordt dit punt treffend onder woorden gebracht.

“Wanneer er meer aandacht wordt besteed aan nieuws op prime time, zoals in Europa, kijken meer mensen onbedoeld naar het nieuws, omdat nieuwsprogramma’s op de grootste zenders uitgezonden worden op momenten dat mensen televisie kijken.”

The Guardian, The New York Times en de meeste andere producenten van kwaliteitsnieuws draaien op dit moment verlies. Het bijspringen van miljardairs zoals Pierre Omidyar is geen structurele oplossing is en geeft ongewenst veel invloed aan enkele machtige individuen. Om die reden lijkt er nog steeds een rol te zijn voor de overheid om burgers te informeren, ook als zij matig geïnteresseerd zijn in wat er in de wereld gebeurt.

Een bijkomend probleem voor het voorstel van het onderzoeksbureau is om te bepalen wie het geld uit deze pot krijgt. Hiervoor heeft het bureau het volgende bedacht, schrijft de Volkskrant:

“Een commissie op afstand van de overheid zou de publieke en commerciële aanvragen daarvoor moeten beoordelen.”

Het is moeilijk in te zien waarom een commissie, waarin ongetwijfeld lieden met de juiste connecties zitting zouden hebben, te verkiezen is boven het huidige systeem waarin geld beschikbaar wordt gesteld aan omroepen naar rato van het aantal leden dat ze hebben.

De unieke Nederlandse situatie waarin kwaliteitsjournalistiek is ingebed in vermaak en sport, gemaakt door omroepen met een achterban, lijkt kortom in alle opzichten superieur aan het Amerikaanse model met een minimale publieke omroep of zelfs helemaal geen publieke omroep. Ook al is je uiteindelijke baas het daar niet mee een, het is je journalistieke taak om deze argumenten te noemen (wederhoor!). Door deze plicht te verzaken heeft de Volkskrant de zaak van de NDP studie bepaald geen kracht bijgezet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *