MEDIA * KRITIEK

Moslimaanvallen op Westerse ambassades als bliksemafleider

Door Maarten Plutschouw

Op de buitenlandpagina van de Telegraaf van dinsdag 18 september staat in vetgedrukte letters de kop ‘Filmpje smoes voor moslims’. In het bijbehorende artikel wordt een beeld geschetst van regeringen in overwegend Islamitische landen die een controverse omtrent profeet Mohammed aangrijpen om hun bevolking tot geweld aan te sporen in de richting van Westerse doelen zoals ambassades.

Volgens de schrijver van het artikel wordt de ontevredenheid van de bevolking over de corruptie en onvrijheid in hun eigen land gekanaliseerd richting de Verenigde Staten, Europa en Israel. De uitbarstingen van geweld naar aanleiding van de Deense cartoons in 2005 en de Mohammed film in dit jaar, zijn volgens de auteur van dit artikel dus door overheden georkestreerd om de bevolking stoom te laten afblazen. Dit is een serieuze constatering. Deze wordt helaas niet geloofwaardig onderbouwd. In de eerste plaats is er sprake van een wankele bron. De constatering dat moslims door hun overheden worden aangezet tot geweld richting Westerse doelen, is, volgens de auteur, afkomstig van een ‘welingelichte Europese inlichtingenbron’. Wie deze bron is, waar hij/zij werkzaam is en hoe deze tot zijn/haar conclusie is gekomen wordt niet duidelijk. In de loop wordt hier naar verwezen met ‘aldus de inlichtingenbron’, ‘de bron benadrukt’ en volgens een geclassificeerd Europees inlichtingenrapport. Er wordt nog wel getracht de anonieme bron de bevestigen met de resultaten van een openbaar onderzoek. Hierbij gaat het echter om een Deens rapport uit 2006 naar aanleiding van de cartoonrellen. Daarin wordt het voorbeeld aangehaald van Westerse ambassades die werden bestormd in Damascus. Waarom de situatie in Syrie in 2005 de ongeregeldheden  zouden verklaren van andere Islamitische landen anno 2012 wordt niet verder onderbouwd. Islamitische landen worden kennelijk als inwisselbaar beschouwd en het verschil in onderwerp en tijdstip als verwaarloosbaar.

Om de omvang van het geweld te illustreren, is onder het artikel een grote afbeelding geplaatst van het Westlijk halfrond met daarop de verschillende protesten, aangegeven met vlammetjes en voorzien van informatie over de protesten. De kop boven de kaart is ‘brandhaarden radicaal moslimgeweld’. Het eerste dat hierbij opvalt is het feit dat de demonstraties in Iran ertussen staan. De protestdemonstraties tegen de Mohammed film, hoewel bezocht door vele duizenden, gingen niet over in geweld tegen westerse doelen, zo deze er al zijn. Hierbij lijkt er dus geen sprake van moslimgeweld. Ook opvallend is dat de landen waar de demonstraties uit de hand zijn gelopen of in ander opzicht geweld tegen westerse doelen is gepleegd, allen bondgenoten zijn van de Verenigde Staten en Europa. De regeringen van Afghanistan, Tunesie, Egypte, Libie en Jemen, zullen vooral in verlegenheid zijn gebracht door de gewelddadige acties tegen Westerse doelen. De aanval op het Amerikaanse consulaat in Benghazi is het werk van een radicale militie, niet van een opgezweepte menigte. En in het geval van Afghanistan is het de vraag of de regering Karzai baat heeft bij een Taliban aanval op een Amerikaanse basis. Kortom, de zogenaamde ‘brandhaarden van moslimgeweld’ lijken de stelling van de auteur eerder te ontkrachten dan versterken. Een laatste punt is dat de doden die zijn gevallen in Tunesie, Jemen en Egypte zijn omgekomen door politiegeweld bij pogingen de demonstraties juist te beteugelen. Een artikel over dit onderwerp en met zo’n boude stelling verdient een betere onderbouwing en kan niet volstaan met een anonieme bron en een oud rapport.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *